Een bijeenkomst over collectieve werkprocessen, bottom-up praktijken en kunstenaarsinitiatieven in een almaar verschralend werkveld in samenwerking met netwerk locatiekunsten, SoAP, Nexus en het Domijn.


Festival Nexus, Het Domijn, Weesp — 17.10.2025

Uitgelicht


Bijeenkomst #3 van Locatietheater: Toekomst Denken en Doen

Verslag: Iris Jasmijn van Lieshout

In augustus staat het ministadion Super Support – een installatie waar vijftig festivalgangers, gekleed in het rood, les krijgen van ‘support-experts’ – op Lowlands. Eén deelnemer, in het wit, krijgt telkens een training in de kunst van steun ontvangen. Het is een collectieve oefening in positieve energie, bedacht door kunstenaars Yasser Ballemans en Jasper van den Berg.

Op 17 oktober verrijst het Support Stadion opnieuw, dit keer op het Domijn in Weesp. Zo’n dertig locatietheaterwerkers – programmeurs, artistiek leiders, dramaturgen, makers, muzikanten en scenografen – vullen de installatie. Ook hier staat het collectief oefenen in ondersteuning centraal. Oftewel, Super Support 2.0.

Een verschralend veld

De dag wordt georganiseerd door Simone Hogendijk (Platform Horizon), Rachel Schuit (het Domijn en Platform Nexus) en Johannes Bellinkx (het Domijn en SoAP), en staat in het teken van collectieve werkprocessen, bottom-up praktijken en kunstenaarsinitiatieven in een verschralend werkveld. De bijeenkomst maakt deel uit van de derde editie van Locatietheater – Toekomst Denken en Doen, een reeks geïnitieerd door Platform Horizon.

De relevantie van de bijeenkomst is duidelijk: de toekomst van het locatietheater staat onder druk. De ruimte voor experiment, onderzoek en nieuwe makers is schaars. Doel van deze bijeenkomst is te onderzoeken hoe we gezamenlijk verantwoordelijkheid kunnen nemen voor die toekomst, en hoe we vanuit verbinding kunnen werken aan duurzame ontwikkeltrajecten.

Het verboden woord

Simone opent met een disclaimer: er is één woord dat we vandaag niet gebruiken. We gaan het niet hebben over geld. Niet omdat het er niet toe doet – iedereen weet dat er meer nodig is – maar omdat we vandaag willen kijken naar wat er wél mogelijk is. Wat kunnen we, samen, doen met de kennis, de tijd en de energie die we al hebben? Wat kunnen we nog meer voor elkaar betekenen? Eerdere bijeenkomsten draaiden vooral om kennisdeling; nu ligt de wens er concreter te worden en plannen te maken waarin we meer met elkaar optrekken.

De liefdesbrief aan de locatie

Inmiddels is de liefdesbrief aan de locatie een vast onderdeel van de bijeenkomsten. Dit keer draagt Rachel Schuit hem voor. Ze schreef de tekst nog vóór de oprichting van het Domijn, samen met haar collectief. Opmerkelijk genoeg beschreef ze de plek toen al woord voor woord – terwijl ze er nog nooit was geweest, laat staan iets had gebouwd.

Ze schetst de plek als een kind dat moet worden verschoond en getroost, én als vruchtbare grond, een familie van dingen.

“Deze plek is een omgeving. Een plek waar ik om geef.”


Voor wie het Domijn niet kent: het is een creatief werklandgoed in Weesp, in een voormalige locomotieffabriek, waar kunstenaars, ontwerpers en theatermakers werken en samenwerken. Er is ruimte voor experiment, ambacht en kruisbestuiving tussen disciplines. Dramaturg Babette Kalker benadrukt het belang van die onconventionele maakpraktijken en ontmoetingen: het Domijn laat zien dat makers zélf broedplaatsen kunnen ontwikkelen, zelfs wanneer middelen schaars zijn – en het ‘verboden woord’ grotendeels afwezig blijft.

Gedroomde ontwikkeltrajecten

Na het voorlezen van de liefdesbrief volgt het volgende onderdeel van het programma: vier makers presenteren hun gedroomde ontwikkeltraject.

Elsa van der Linden (muzikant en performer) droomt van diep luisteronderzoek, bij voorkeur met peers en in cirkels. Ze wil kunnen herbeginnen, groeien via testmomenten, reflectie en feedback – met ondersteuning op marketing en zakelijk vlak, binnen een kader waarop ze kan reageren.

Lieke en Anne Vecht (Studio Vecht, scenograaf en regisseur) dromen van een springplank: een netwerk, veel speelplekken en contact met potentiële partners. Ze willen leren van de expertise van anderen – om zo een sterk team te bouwen.

Didi Kreike (performancemaker) droomt van het ontwerpen van een critical space: een plek waar de safe space plaatsmaakt voor tough topics en radicale interventies. Niet steeds een nieuw project, maar een ruimte voor gesprekken, confrontaties en frictie – gedragen door vertrouwen.

Vervolgens verdelen de rest van de aanwezigen zich in groepjes en sluiten aan bij de makers voor een verdiepender gesprek over deze gedroomde trajecten. De vraag aan hen is om actief en concreet mee te denken als mede-mogelijkmakers. Ondersteund worden zij met bingo-achtige hulpkaarten vol categorieën als ruimte (bos, schrijfplek, studio), tijd (uren, minuten, dagen) en kennis (techniek, diversiteit en inclusie, marketing).

Door het verboden woord en de focus op deze andere categorieën van ondersteuning ontstaan gesprekken over wat makers écht nodig hebben: ruimte, tijd, kennisdeling, vertrouwen en begeleiding. Ook ontstaat er zo de ruimte voor de makers om kennis te maken met potentiële partners als Festival Boulevard, of Oerol. Tijdens de gesprekken worden hele netwerken gedeeld en vliegen de namen en plekken over de tafels.

Tijdens de gesprekken worden hele netwerken gedeeld en vliegen de namen en plekken over de tafels.


Van ontmoeting naar actie

De bijeenkomst wordt gezamenlijk afgesloten en één ding is duidelijk: er zullen nog veel kopjes koffie gedronken worden. Toch blijft er spanning voelbaar: hoe vertaal je informele ontmoetingen naar concrete ondersteuning? Nieuwe makers willen vaak snel resultaat, terwijl kennismaking en vertrouwen tijd kosten. Tegelijk ligt er een verantwoordelijkheid bij gevestigde makers: zij hebben de ervaring en middelen om nieuwe makers te helpen, en kunnen hierin ook toegankelijker en transparanter zijn.

De uitwisseling is vruchtbaar – en roept om meer. Met name meer tijd, om dieper te duiken, voorbij de eerste kennismaking, richting echte collectiviteit en duurzame maakpraktijken. Hoe zorgen we voor genoeg tijd om verder te gaan dan het wat en wie – en te komen tot het hoe? Welke werkvormen en manieren van samenkomen nodigen uit tot actie, en welke houden ons juist tegen?

Afstemmen om te overleven

Bij dit soort bijeenkomsten is er vaak de wens om concreter te worden: plannen maken, samenwerkingen zichtbaar maken, echt iets in beweging zetten. Maar met een druk programma vol onderdelen – en soms net iets te uitgebreide voorstelrondjes – blijft er vaak te weinig tijd om écht te verdiepen. Ook bij deze bijeenkomst blijft het vooral bij contact leggen en kennis delen. Beetje bij beetje wordt het veld in kaart gebracht en worden alternatieve mogelijkheden verkend. Dit is voorbereiding op actie, nog geen actie zelf. Toch is de voorbereiding zeer waardevol; het legt de basis waarop later concrete plannen en samenwerking kan groeien.

Dit afstemmen – met elkaar, met de plek, met het veld – blijkt cruciaal voor het voortbestaan van locatietheater. Het houdt ons namelijk alert op nieuwe kansen en onverwachte verbindingen. En dat afstemmen vraagt om wat makers zelf ook nodig hebben: ruimte, vertrouwen, kennisdeling en tijd. Misschien is dát de kern van toekomst denken en doen: niet de zoektocht naar concrete zekerheid, maar het blijven oefenen in luisteren, delen en reageren. Misschien ontstaat de toekomst van het locatietheater niet uit vaste grond, maar uit de beweging die we samen maken.

Tekst: Iris Jasmijn van Lieshout / Datum: 17.10.25 / Locatie: Het Domijn / Organisatie: Simone Hogendijk (Platform Horizon), Rachel Schuit (het Domijn en Platform Nexus) en Johannes Bellinkx (het Domijn en SoAP) / Met bijdragen van Rachel Schuit, Elsa van der Linden, Lieke en Anne Vecht, Didi Kreike en Babette Kalker