Bij de sessie van Locatietheater: Toekomst Denken en Doen, van Platform Horizon i.s.m. Bosfest op 21 augustus 2026 verkenden we hoe makers samen kunnen optrekken in het organiseren van speelbeurten en het doen van onderzoek met publiek. Festivals vormen een waardevolle plek om werk te tonen, en tegelijk is er ruimte om te onderzoeken welke aanvullende manieren van presenteren er zijn. Hoe kunnen we als makers hierin ook zelf regie nemen? En hoe creëer je samen een context om werk te presenteren in de openbare ruimte?
Als onderdeel hiervan vroegen we Benjamin Kuitenbrouwer/ MONKI om een liefdesbrief aan zijn locatie in het Amsterdamse Bos - waar hij speelde binnen Bosfest -, te schrijven, inmiddels een vast onderdeel bij de meetings van Platform Horizon.
Liefdesbrief aan mijn locatie: Benjamin Kuitenbrouwer/ MONKI
Uitgelicht
Lieve locatie,
Vandaag huil je. Dat doet me verdriet.
Want als je huilt spelen we niet, en we spelen juist zo graag met jou.
Maar ook omdat jij het verdient vrolijk te zijn. Jouw eigen zijn te vieren en te weten hoe fijn het is dat jij bestaat.
Ik heb het moeten leren zien, dat weet je. Hoe waardevol jij bent, hoe veel ik van je zou gaan kunnen houden.
Vroeger keek ik vooral naar steady blackbox, die me zekerheid en aanzien leek te geven.
Als jonge circusmaker wilde ik niets liever dan hangen met vlakke vloer en schuifelen met
schouwburgen.
Ik zag niet hoe sexy je was in je andersheid, hoe aantrekkelijk in je eigenheid.
Je verwarde me soms ook wel een beetje.
Of misschien was het gewoon het circusjochie in me dat als een goede puber eerst maar even naar iets anders op zoek moest, voor ik kon voelen waar mijn hart lag.
Maar wat ben ik blij dat je op me hebt gewacht. Dat je geduldig was. Dat het je niet uitmaakt.
Dat maakt jou ook zo mooi. Je wacht wel, je speelt net zo lief met anderen of gewoon met de waan van de dag. De markt, een duif…
Je bent niet van mij, we zijn niet monogaam maar ik hou wel ontzettend van je en van wat we meemaken samen.
Weet je nog die keer op Oerol dat je zo hard waaide dat Hanna schuin aan de trapeze hing?
Of die keer dat je steeds maar miezerde en we de show wel drie keer pauzeerden om de boel weer droog te krijgen en we toch doorgingen? En dat ik tranen in mijn ogen had bij de buiging omdat het toch was gelukt?
Dat geeft nergens anders mij. Besef je je dat wel?
Je maakt het me niet altijd makkelijk, maar dat hoeft ook niet. Zo zijn we niet getrouwd.
Of die keer dat je steeds duizend Deventenaren meenam om naar de voorstelling te kijken? Of die ene man die uit zijn raam koffie aanbood op dag drie?
Dat je een vliegtuig vlak over liet vliegen en we dat vet vonden en een mooie foto namen. Dat je de volgende dag iets te enthousiast nog twintig vliegtuigen over stuurde en dat dat dan weer iets te veel was.
Die keer dat je drie jongens op fatbikes liet stoppen of die kinderen liet meespelen in de speeltuin verderop.
Dat we altijd te gast zijn bij jou. Dat je dat toelaat.
Dat er dan soms mensen boos zijn omdat ze je niet willen delen met ons. En dat je ons dat dan rustig laat oplossen, zonder je er in te mengen.
Dat je soms iemands achtertuin bent en soms het grootste plein van de stad.
Je doet waar je zin in hebt, bent relatief onstuurbaar en toch werk je vaak zó mooi met ons mee.
Die vlinder die even op mijn hand ging zitten of die sirene die meezong met onze muziek…
En dan dat uitzicht… Uitkijken over de Waddenzee, turen over de lage huisjes van een buitenwijk of net zo hoog zijn als de bomen in het bos. Nog nooit was ik zo blij om paalacrobaat te zijn.
Ik maakte altijd binnenvoorstellingen waarvan ik het dan belangrijk vond dat ze nog wel aansluiting vonden bij de ‘echte’ wereld. Dat je ze niet vergat als je weer naar buiten liep. Nu ben ik zelf naar buiten gelopen en is er niks dan aansluiting met de echte wereld.
En dat als we dan weg zijn, het is alsof er niks is gebeurd en je tóch net iets anders bent, nadat we samen hebben gespeeld. Dat je dat óók toelaat.
Dank je wel voor alles wat je bent.
Ik hou van je.
En kijk, tijdens dit schrijven is de zon alweer gaan schijnen.
Kom, we gaan buiten spelen.
Liefs, Benjamin