In de middag van 15 juni 2026 komt een groep van zo’n veertig aanwezigen samen in het Maritiem Instituut Willem Barentsz voor het Oerol Professionalsprogramma onder de naam “Making space: tools voor locatiemakers en professionals.” Op deze 45e editie van Oerol op Terschelling van 12 tot en met 21 juni 2026 kruisen kunst en natuur elkaar op meer dan 40 locaties verspreid over Terschelling: van bos, strand en duin tot de straten en dorpen. Het vormt de ideale grond en context om, onder begeleiding van Maaike Muis, via een talkshow, spel, en twee workshops in gesprek over het (mogelijk) maken van locatietheater. Deze sessie is een samenwerking tussen Oerol, Platform Horizon, Kunsten ’92, Voordekunst, en Dutch Culture.
Verslag Platform Horizon x Oerol Professionals: Making space: tools voor locatiemakers en professionals
Uitgelicht
Door Astrid Rozemarijn Klein Haneveld
Dagvoorzitter en moderator Maaike Muis opent de sessie met een pleidooi voor grote dromen. Juist op Terschelling kan zij ruimte maken voor nieuwe ideeën en voor die grootse dromen: de vertragende bootreis naar het eiland, het fietsen over de heel rechtlijnige fietspaden, en dan weer het verdwalen en verdwijnen in de bossen, duinen en heide, creëren een gevoel van tijdloosheid. En die tijdloosheid maakt de ruimte om iets nieuws te vinden. Juist Oerol biedt te plek waar theatermakers kunnen “maken wat er hier en nu gemaakt moet worden.”
Lief bos, lieve 53 graden, 24 minuten 09 seconde Noord, 5 graden 20 minuten en 55 seconde Oost…
De eerste van de drie onderdelen van deze sessie, de talkshow, wordt geopend met een liefdesbrief van ervaringstheatermaker Marte Boneschansker. Een liefdesbrief aan het bos. In haar voordracht brengt ze een ode aan intimiteit met het bos, alsof we ons even kunnen verplaatsen in het perspectief van een specifieke boom in Hoorn, te vinden op de plek van de coördinaten waar ze haar liefdesbrief mee begint, “maar geen zorgen, niemand lette op, je bent onvindbaar en verscholen.”
“Jou aanraken is aangeraakt worden,
door je heen bewegen is jou door mij heen voelen bewegen.
Je hand in mijn hand, mond op mijn mond,
mijn heup in jouw welving is welving op welving op welving,
jou binnentreden is binnengetreden worden.”
Op Oerol 2026 doet Company Marte Boneschansker samen met Female Economy | Adelheid Roosen onderzoek naar troost en landschap, want: hoe vinden we hoop als de horizon verdwijnt? In 2027 werkt ze dit laboratorium uit tot de voorstelling TROOST, waarin ze onderzoekt hoe landschap je kan dragen en troosten, wellicht wel in de vorm van een grote wieg als schuilplaats waarin meer dan honderd mensen mogen liggen en zich gedragen mogen voelen.
“Het zal jou niet uitmaken of ik leef of sterf – mijn dood is weer leven voor anderen, zo is dat altijd gegaan – er zal geen rouw zijn, gewoon een simpel zijn, en niet meer zijn.
Laat ieder landschap een bos worden, in godsnaam, verbreed je, open je, neem dit hele eiland over als een niet te stoppen sneeuw-bal-bos-bal. Laat het bos binnenkomen.”
Hoe werken we samen?
Deze intieme en poëtische woordelijke ontmoeting met het bos en de natuur in onszelf vormt de voedingsbodem voor de rest van deze middag. In de talkshow spreken, naast Marte Boneschansker, Didi Kreike (R3LN4CHT) en Emma van Zandvoort (Collectief Blauwdruk).
Didi Kreike is oprichter van collectief R3LN4CHT, waarin hen het nachtleven en de professionele kunstensector elkaar laat ontmoeten. Met R3LN4CHT maakt en faciliteert hen “situation-specific” werk, clubavonden, en community gatherings, maar die is daarnaast ook actief als organisatiedeskundige gespecialiseerd in feedbacksystemen en sociocratie, voor meer consent in keuzes en communicatie binnen organisatiestructuren.
Emma van Zandvoort is creatief producent van Collectief Blauwdruk, dat dit jaar hun Oerol-debuut maakt met Een Privilege Trilogie. In maarliefst 225 minuten ziet het publiek drie voorstellingen van dit 6-koppige theatercollectief. Blauwdruk maakt radicale herwerkingen van klassiek repertoire, en in Een Privilege Trilogie trekken zij, op drie locaties in de duinen en op het strand, de geprivilegieerde positie van de westerse mens omver.
Alle sprekers hebben een motto meegenomen dat hun werk of werkwijze kenmerkt. Het motto dat Didi heeft meegenomen is “Ik moet helemaal niets.” In een theatersector waarin het lijkt alsof nieuwe makers een bepaalde route moeten afleggen om tot succes te komen, doet die met dit motto een pleidooi juist voor het volgen van je eigen pad. De ideale route bestaat namelijk helemaal niet. Emma heeft het motto “Assumption is the mother of all fuck-ups” meegenomen. In de werkwijze van Blauwdruk hebben alle collectiefleden iets te zeggen over alles. Deze inspirerende gedeelde verantwoordelijkheid vraagt om vertrouwen in elkaar, maar juist ook om het blijven uitspreken van verwachtingen en een heldere taakverdeling. Marte doet een pleidooi om “de ander zo dichtbij mogelijk te brengen,” een ambitie die zij in al haar werk centraal stelt.
Hoe werken we samen met de locatie?
Deze sessie draait om het mogelijk (blijven) maken van locatietheater, terwijl die ruimte steeds meer onder druk komt te staan. De laatste jaren zijn namelijk juist plekken waar experiment en artistiek onderzoek op locatie centraal staat, weggevallen of gedwongen veranderd.
Didi vertelt dat voor hen een locatie enerzijds de inspiratiebron en het kernonderwerp kan worden van nieuw werk, zoals een voorstelling over het reilen en zeilen in de unieke bubbel van een festivalcamping. Anderzijds kan een locatie extra betekenis geven aan een werk. Zo maakte Didi ooit Enforcements, een happening waarin verkeersregelaars niet het verkeer maar het publiek ‘regelen’, gemaakt voor in de club maar ook te zien geweest in de theaterzaal.
Emma voegt daaraantoe dat locaties eigenlijk de mooiste decors zijn voor theater die je je kunt wensen. Locatietheater brengt artistiek werk in de wereld, en brengt ontmoetingen teweeg die je niet krijgt in de afgesloten black box. Zo liep er bijvoorbeeld elke dag dezelfde persoon met diens hond langs de locatie van Collectief Blauwdruk, en op een gegeven moment begon er een uitwisseling en ontmoeting, puur omdat theater – en de mensen die theater maken – zichtbaar waren geworden in de dagelijkse wandeling van deze Terschellingbewoner.
Ook Marte doet een pleidooi voor theater in de wereld brengen. Wanneer je theater maakt in de zaal, gaat de deur naar de samenleving dicht. Het publiek komt naar de zaal, “kijkt een kunstje,” en gaat dan weer terug de wereld in. Locatietheater daarentegen verbindt de verhalen van de theatermakers aan de plekken en de omgeving. Op locatie staan de zintuigen van je publiek meer open, en zo kunnen zij zich ook meer verbinden aan het werk.
Daarnaast is er nog een hard contrast in de realiteit van werken op locatie tegenover werken in de zaal. De zaal biedt voorzieningen en comfort, zowel voor het publiek als voor de makers. Locatiewerk biedt al deze voorzieningen niet. Op Oerol ervaarden we bijvoorbeeld een minimalistische cello-voorstelling middenin windkracht 5, regen, en zandstormen: een ervaring die voor zowel publiek als de makers bijna onhoudbaar was. Didi omschrijft dag na dag werken op locatie dan ook als de apocalyps: het is ongelooflijk zwaar, en vraagt om flexibiliteit in hoe je werkt door de onvoorspelbaarheid van de natuur en de weersomstandigheden, en door de fysieke impact die locatiewerk op je heeft. Maar hen omschrijft het ook als een spier die je traint door het vaker te doen.
Ook signaleren Emma en Marte een rol voor theatermakers in het ‘opvoeden’ van theaters en het veld. Om hun plek in het culturele landschap als jong collectief te bevestigen, heeft Collectief Blauwdruk zichzelf in 2023 tot stadsgezelschap van Alkmaar uitgeroepen. Zo creëerden zij voor zichzelf de plek die ze nodig hadden, en Emma’s statement hierbij is dan ook “gewoon doen!” Marte beschrijft dat ze soms veel tijd en energie nodig heeft om theaters uit te leggen welke context haar werk nodig heeft. Voor een van haar vorige voorstellingen moest het publiek één voor één naar binnen, in tijdslots die telkens 4 minuten opschoven. De theaters hadden hierdoor grote paniek voor hun ticketsystemen, die gebouwd zijn op één toegangstijd waarin het publiek allemaal tegelijkertijd de zaal in kan. De tijd en energie die nodig zijn om uit te leggen waarom deze vorm van ticketverkoop een essentieel onderdeel van het artistieke werk is, kan zwaar wegen op locatiemakers én op de zalen die (gelukkig!) soms ruimte maken in hun programma voor dit soort werk. Maar juist het spelen met de codes van theaters, is ook waar het plezier van locatietheater ligt. Ook voor Didi zijn juist locaties een speeltuin om theater in en voor te maken.
Dus, het werken op locatie vraagt om een actievere verhouding tot waar je bent: je maakt impact op de plek waar je locatietheater maakt, omdat het midden in de dagelijkse realiteit van de bewoners en de natuur plaatsvindt. Locatiewerk vraagt om misschien wel een meer morele verhouding tot de wereld, omdat je te maken hebt met regelgeving rondom natuur en, soms negatieve of terughoudende, meningen van omwonenden. Juist partnerorganisaties spelen dan een cruciale rol in het vinden van passende locaties voor theatermakers: langdurige banden met de plek en vertrouwen van de mensen er omheen blijken en blijven belangrijk voor het mogelijk maken van locatiewerk. Wanneer er vertrouwen en draagkracht zijn vanuit zowel de organisatie als de maker, geeft dat hoop en ontroert dat, volgens Marte. Emma voegt toe dat theaters en makers soms elkaar het voordeel van de twijfel moeten geven, juist omdat experiment en onderzoek op locatie toegankelijker theater kan creëren, theatermakers kan laten wortelen, en zo op de lange termijn meer publiek geraakt kan worden door theater.
Hoe ondersteunen we elkaar?
Na afloop van de talkshow wordt er een aantal (locatietheater)makers voorgesteld, die een korte pitch houden over nieuw artistiek werk. De makers zijn Studio Vegt (Anne en Lieke van der Vegt), Didi Kreike, Elsa van der Linden, en ik (Astrid Klein Haneveld). Deze pitches zijn een onderdeel van een interactief kaartspel, ontwikkeld door Platform Horizon, SoAP, en Platform Nexus.
In dit spel over ondersteuning voor artistiek onderzoek en ontwikkeling staat niet geld, maar al het andere centraal. Op basis van solidariteit verkennen de groepen zowel wat de makers nodig hebben als wat de mogelijkmakers concreet kunnen bieden. Het draait hier om het inzetten van tijd, ruimte, materiaal, kennis, netwerk, en kracht, in tegenstelling tot het bieden van geld of een speelbeurt. Door in een kleine groep het (droom)project van de makers te bespreken, wordt iedereen uitgedaagd om te denken in mogelijkheden in plaats van in de beperkingen van subsidie of programmaruimte. Ik pitch een project over monsterlijke vrouwen in hedendaags theater, dat ik graag zou willen uitwerken tot een tekst of boek, en later wellicht ook tot een performance. Na afloop loop ik de deur uit met een lijst aan inspirerende makers, mogelijke schrijf- en residentieplekken, en interessante financieringsbronnen om te onderzoeken, maar vooral loop ik weg met de bevestiging dat ik eigenlijk alleen maar tijd, een inspirerende schrijflocatie, en artistieke begeleiding nodig heb.
Dit spel over solidariteit doet mij ook nog eens nadenken over een pijnlijk feit dat Didi tijdens de talkshow benoemde, namelijk dat veel jonge of nieuwe makers niet bij dit gesprek aanwezig kunnen zijn, door de hoge kosten en ‘investering’ die het vraagt om naar Oerol te gaan. Eigenlijk worden veel belangrijke, inhoudelijke gesprekken over artistiek onderzoek en talentontwikkeling gevoerd in afwezigheid van precies het talent dat ontwikkeld kan en moet worden. Deze oefening in solidariteit zou dus een welkome toevoeging zijn in de dagelijkse gang van zaken in de sector, en iets om niet te vergeten wanneer we nadenken over hoe we samenwerken en praten over hoe we onze sector vorm willen geven.
Hoe werken we anders?
Als afsluiting van deze middag in het Oerol Professionalsprogramma is er de keuze in een workshop crowdfunding en pitchen door Nick Waelbers van Voordekunst of een workshop duurzaamheid en de ecologische handafdruk door Ryanne de Boer van Kunsten ’92. Zo worden we aan het denken gezet over alternatieve financieringsstromen, op basis van een persoonlijke en publieksgerichte aanpak, en over hoe we als cultuursector een voorbeeldrol kunnen innemen in het ondersteunen en versnellen van duurzaamheid.
Al met al is deze sessie rondom het ruimte maken voor locatietheater en artistiek onderzoek een oefening in het opnieuw bekijken en bevragen van onze relaties met elkaar, met ons publiek, met onze middelen en mogelijkheden, en met de wereld.